Het open differentieel
Een differentieel verdeelt het koppel gelijk over twee wielen en laat ze met een verschillende snelheid draaien. Zolang beide wielen grip hebben, is dat ideaal. Heeft een wiel geen grip, dan kan het andere wiel niet meer koppel krijgen dan het doordraaiende wiel. Een terreinauto met vier open differentiëlen kan zo stil komen te staan met twee diagonaal tegenover elkaar liggende wielen in de lucht.
Soorten sperren
| Type | Werking | Kenmerk |
|---|---|---|
| Zelfsperrend (lamellen of tandwielen) | Stuurt bij slip een deel van het koppel naar het wiel met grip | Werkt automatisch, maar weinig effect als een wiel helemaal los is |
| Automatische sper | Spert vanzelf zodra een wiel sneller gaat draaien | Veel effect, merkbaar op de weg door onrustig gedrag in bochten |
| Inschakelbare sper (elektrisch, pneumatisch, kabel) | Koppelt beide wielen star aan elkaar op commando | Maximale tractie, alleen bij lage snelheid en rechtuit |
| Elektronische tractiecontrole | Remt het doordraaiende wiel af, zodat het differentieel koppel doorgeeft | Geen extra onderdelen, afhankelijk van software en remmen |
Volgorde van sperren
- Eerst het tussendifferentieel, bij permanente 4x4.
- Dan de achteras: een gesperde achteras beïnvloedt het sturen het minst.
- Als laatste de vooras. Met een gesperde vooras stuurt een auto slecht en staan aandrijfassen onder hoge belasting bij veel stuuruitslag.
Sperren gaan uit zodra de lastige passage voorbij is. Met gesperde assen op een verharde ondergrond rijden geeft dezelfde verspanning als bij een inschakelbare 4x4.
De reductiebak
Een reductiebak, ook lage gearing of low range genoemd, zit in de verdeelbak en verlaagt de overbrenging van alle versnellingen met een vaste factor. Gangbare reductieverhoudingen liggen tussen ongeveer 2:1 en ruim 3:1. De eerste versnelling in reductie is daardoor zo kort dat de auto stapvoets rijdt zonder koppeling of rem.
| Situatie | Zonder reductie | Met reductie |
|---|---|---|
| Steile afdaling | Remmen, risico op blokkeren | Motorrem houdt de auto in bedwang |
| Rotsen en stenen | Koppeling laten slippen | Rustig kruipen met gevoelige gasdosering |
| Trekken of slepen in het terrein | Koppeling en automaat worden heet | Meer trekkracht bij lagere belasting |
| Mul zand, hoge weerstand | Motor valt terug in toerental | Toerental blijft in het koppelbereik |
Schakelen naar reductie
Bij de meeste auto's gaat het schakelen naar reductie stilstaand of bij zeer lage snelheid, met de koppeling ingetrapt of de automaat in neutraal. Nieuwere systemen schakelen ook rijdend bij lage snelheid. Het instructieboekje geeft de voorwaarden. Een reductie die niet volledig inschakelt, laat de verdeelbak in neutraal staan: dan heeft de auto geen aandrijving en geen motorrem, wat op een helling gevaarlijk is.
Heuvelafdaalhulp
Veel moderne terreinauto's hebben een afdaalhulp die de snelheid via de remmen op een vaste waarde houdt. Die werkt het best in combinatie met reductie, omdat de remmen dan minder warm worden.